Alle Persberichten

Bekijk hier onze bedrijfsvideo


Bekijk de Video
 
Belgen staan massaal stil in de file op weg van en naar het werk. Meer dan de helft van de autopendelaars (53%) staat wekelijks meerdere uren aan te schuiven. 46% van alle pendelaars doet er dagelijks langer dan een half uur over om op het werk te geraken, waaronder het grootste deel met de auto.

Toch ziet bijna twee op drie (66%) – vooral mensen die een langere afstand moeten afleggen – geen alternatief voor de wagen. Dat blijkt uit een studie door iVOX in opdracht van HR-dienstverlener SD Worx en vacature.com bij 2.000 werknemers.

  • Meer dan de helft van de autopendelaars staat wekelijks meerdere uren in de file
  • 46% van alle pendelaars doet er langer dan 30 minuten over om op het werk te geraken
  • Voor meer dan zes op de tien is moeizaam woon-werkverkeer steeds vaker een reden om van werk te veranderen
  • Meer dan 8 op 10 pendelaars denkt dat de files in de toekomst nog zwaarder zullen worden

Thuis- of telewerken zou een oplossing kunnen zijn om de files terug te dringen. In het kader van de wet Werkbaar en Wendbaar Werk lanceerde minister Kris Peeters (CD&V) het occasioneel telewerk. In onderlinge overeenkomst tussen werkgever en werknemer, en voor zover het technisch mogelijk is, kan beslist worden om in bepaalde omstandigheden, zoals bij slecht weer, thuis te werken. Het KMI stelde eind vorig jaar nog voor om een ‘thuiswerkalarm’ in te voeren. Bij code oranje of rood zou dan occasioneel telewerk kunnen gelden. Minister Peeters onderzoekt het voorstel.

Bijna de helft van de pendelaars is meer dan een half uur onderweg

Filerecords – het grootste aantal kilometer file gemeten op een bepaalde dag – worden steeds vaker gebroken en de Belgische files behoren tot de ergste van de wereld. Het fileprobleem treft de meerderheid van de autopendelaars. Meer dan een kwart (26%) van de werknemers die met de auto naar het werk komen, staat dagelijks in de file. Nog eens 27% geeft aan wekelijks meerdere keren in de file aan te schuiven. Bij werknemers met een bedrijfswagen ligt dit aandeel blijkbaar nog hoger: 36% staat dagelijks stil in het verkeer, 32% minstens enkele uren per week.

Onvoldoende alternatieven

Dat meer dan de helft van de pendelaars minstens meerdere uren per week aanschuift op onze wegen, hoeft niet te verbazen. De auto blijft namelijk het hoofdvervoersmiddel. 64,1% van de respondenten neemt de wagen naar het werk. Alternatieve vervoersmiddelen, zoals de trein (11,1%), de fiets (9,8%) en de bus (4%), scoren beduidend lager.

Werknemers die de wagen nemen, zien vaak geen andere alternatieven. Twee op drie (66%) autopendelaars geeft aan dat ze zonder de auto niet op hun werk zouden geraken. Dat is met name zo bij wie meer dan 26 km moet pendelen naar het werk, zie tabel 1.

Zou je ook met een ander vervoersmiddel gemakkelijk op het werk geraken?

kilometer naar werk

Tabel 1: Aandeel pendelaars (in %) dat aangeeft al dan niet met andere vervoersmiddelen dan de auto gemakkelijk op het werk te kunnen geraken.

Hoe staat de pendelaar tegenover fileleed?

De pendelaars zijn niet erg hoopvol dat de files in de toekomst zullen verminderen. Volgens meer dan acht op tien respondenten (83,7%) zullen de files op onze wegen in de toekomst nog langer en zwaarder worden. Zes op de tien pendelaars denkt dat de auto in de toekomst niet aan belang zal verliezen in het woon-werkverkeer. Meer dan zes op de tien respondenten (63%) geeft aan dat moeizaam woon-werkverkeer steeds vaker een reden is om van werk te veranderen.

Veerle Michiels, mobiliteitsexperte bij SD Worx: “Het fileleed en de lange pendeltijd blijven een grote bron van frustratie. Het terugdringen van het aantal kilometers file is een topprioriteit. Maar daarnaast moeten we individuele pendelaars oplossingen bieden waardoor hun tijd in de file beperkt wordt en hun job-tevredenheid verhoogt. Dit kan enerzijds door hen, als het praktisch mogelijk is, meer tijd- en plaatsonafhankelijk te laten werken, via tele- of thuiswerk, door satellietkantoren in te schakelen en meer flexibiliteit aan te reiken om de spits te kunnen mijden. Maar anderzijds ook door hen meer keuze te bieden in mobiliteitsoplossingen op maat, via een mobiliteitsbudget.”